H&M bant fabrieken wegens dwangarbeid

OPGESLOTEN MINDERJARIGEN WERKEN 72 UUR PER WEEK

De kledingketen H&M heeft zijn leveranciers verboden om nog garen te gebruiken uit spinnerijen waar dwangarbeid voorkomt. Dit na een kritisch rapport over wantoestanden in de Indiase textielsector.

Kledingketen Hennes & Mauritz wil niet langer dat er nog producten van de Indiase textielfabriek Super Spinning Mills in zijn kleren zijn terug te vinden. Een Nederlands rapport onthulde dat de Bengaalse naaiateliers die voor H&M produceren, garen of stoffen verwerken uit Indiase fabrieken die dwangarbeid toepassen. ‘Onaanvaardbaar’, reageerde H&M-woordvoerster Andrea Roos gisteren.

Rapport

In de fabrieken die door de Nederlandse organisatie Somo werden onderzocht, worden minderjarigen opgesloten en gedwongen om tot 72 uur per week te werken. Dat blijkt uit het rapport ‘Flawed Fabrics’, dat gisteren verscheen. Daarin worden de arbeidsomstandigheden onderzocht van het personeel in vijf spinnerijen in Tamil Nadu, een zuidelijke deelstaat van India waar in totaal 1.600 textielfabrieken zijn gevestigd. Het rapport concludeert dat in de vijf onderzochte fabrieken vrouwen en meisjes structureel dwangarbeid moeten verrichten.

Ronselaars trekken door het arme platteland en beloven een goedbetaalde baan met aantrekkelijke omstandigheden. In werkelijkheid worden de meisjes die op de beloftes ingaan, uitgebuit. De meerderheid van de meisjes is minderjarig, de jongsten zijn 15 jaar oud. Alle geïnterviewde meisjes wonen in primitieve omstandigheden in barakken op het fabrieksterrein. Ze mogen de barakken niet verlaten, behalve tweemaal per jaar gedurende zes dagen. Ze mogen ook nauwelijks contact hebben met de buitenwereld. Mobiele telefoons zijn verboden.

20 tot 52 euro maandloon

‘Onder het voorwendsel van culturele tradities, worden de meisjes en vrouwen de facto opgesloten’, aldus het rapport. Er zijn geen contracten of loonstrookjes. Het maandloon bedraagt 20 tot 52 euro.

De producten van deze fabrieken komen uiteindelijk terecht in kleding van ketens die beloofd hebben strenge normen te hanteren, zoals Primark, C&A en H&M. De controles van deze ketens vinden vooral plaats op het niveau van de naaiateliers in Bangladesh. Het controleren van de leveranciers van de naaiateliers is veel moeilijker.

‘Nog maar weinig merken en ketens zijn begonnen met het in kaart brengen van de spinnerijen in hun productieketen’, schrijven de auteurs van het rapport. Voorbeelden zijn H&M en C&A. Deze bedrijven verbreken de zakenrelaties met leveranciers die niet aan de normen voldoen. Maar het blijkt niet eenvoudig om deze voornemens in de praktijk te brengen.

‘Het merendeel van de inkopende modebedrijven doet geen controles en werkt niet aan verbetering in de spinnerijen, de tweede schakel in hun productieketen’, schrijven de onderzoekers. ‘Terwijl ze dat de afgelopen jaren wel steeds meer zijn gaan doen bij kledingfabrieken, hun directe leveranciers’.

Gedragscodes

Roos erkent dat het lastig is om leveranciers van leveranciers te controleren. ‘Daarvoor is hechte samenwerking nodig. We verwachten wederzijds vertrouwen en transparantie in onze zakenrelaties’. H&M vraagt zijn leveranciers gedragscodes te tekenen. Maar de keten heeft geen rechtstreekse invloed op de spinnerijen. ‘We erkennen dat er behoefte is aan een aanpak waaraan alle belanghebbenden meewerken’.

Lees ook dit artikel

IMG_2397.PNG

H&M bant fabrieken wegens dwangarbeid. De Standaard, 2014-10-29, 28